VOLG DE GIDS!

HET LANDSCHAP WORDT ER BETER VAN!

De schapenteelt is grotendeels gebaseerd op grazen, binnen bedrijven op mensenmaat en draagt op die manier bij tot het in stand houden van landschappen en tot een zekere voedselautonomie. Deze landbouwactiviteit beperkt daardoor de invoer en het transport van veevoer en voedergranen.

Schapen spelen een belangrijke rol in het gebruik en het onderhoud van moeilijk toegankelijke gebieden en landschappen, zonder er schade te berokkenen aan het milieu. Ze helpen bodems beschermen tegen overstroming maar ook tegen erosie. ’s Zomers helpen ze het brandgevaar in de hand te houden en in de winter het gevaar voor lawines...

Zonder schapen zouden die verlaten weiden evolueren naar een soort bossen die voor de menselijke voeding geen enkele waarde meer hebben en naar een gesloten landschapstype dat ook voor toeristische activiteiten zijn aantrekkingskracht verliest.
 

 
 

EEN POSITIEVE BIJDRAGE
TOT DE BIODIVERSITEIT!

Weiden beperken het energieverbruik van de landbouwbedrijven en dragen bij tot de kwaliteit van het water. Ze helpen in de strijd tegen de klimaatopwarming, door koolstof op te slaan. Ze vormen ook een biotoop waar een zeer rijke dierlijke en plantaardige biodiversiteit kan gedijen.

Biodiversiteit is een term die verwijst naar de diversiteit van de levende wereld op alle niveaus: diversiteit van de leefmilieus (ecosystemen), diversiteit aan soorten, genetische diversiteit binnen eenzelfde soort. Het begrip ‘biodiversiteit’ omvat alle natuurlijke milieus en levensvormen (planten, dieren, mensen, zwammen, bacteriën, virussen,...). 

De biodiversiteit in stand houden draagt bij tot het evenwicht tussen planten- en dierenpopulaties waardoor soorten kunnen overleven die nuttig zijn voor de ecosystemen, zoals bestuivers, dieren die zich voeden met invasieve planten... Ze helpt ook de weerstand tegen ziekten en schadelijke soorten op peil houden en komt het vermogen ten goede om zich aan te passen aan de klimaatschommelingen. 

Agro-ecologische landschapselementen zoals perceelbermen, heggen, bosjes, kreupelhout, greppels, scheidingsmuurtjes... komen ook de biodiversiteit ten goede, aangezien ze ruimte bieden aan gevoelige planten, kleine diersoorten en insecten die minder goed bestand zijn tegen de druk van bepaalde landbouwpraktijken. 

Permanente graasgebieden en de bijbehorende diverse weideflora zorgen voor een constantere productie van veevoeder over het jaar, aangezien de verschillende soorten elkaar afwisselen.
 

EEN TROEF VOOR DE LEVENSVATBAARHEID
VAN HET PLATTELAND

De schapenteelt helpt gebieden met een beperkt potentieel economisch te valoriseren en draagt zo bij tot het behoud van een economisch weefsel in weinig vruchtbare streken, waar de landbouw voor het overige nauwelijks mogelijkheden biedt, maar waar van nature wel gras, struikgewas en heesters groeien.

Op die manier biedt de schapenteelt mogelijkheden voor de ontwikkeling van een economische activiteit in minder begunstigde gebieden, zoals bergachtige streken, waar ze jobs creëert en een sociaal leven mogelijk maakt.

Zo zijn zich rond de schapenteelt een hele economie, cultuur, landschappen en gastronomische tradities gaan ontwikkelen die bovendien de toeristische aantrekkingskracht van een gebied vergroten, wat op zijn beurt ook weer jobs creëert.
 

 

*Studie uit 2015 door het bureau Occurrence bij 25- tot 45-jarigen in 6 Europese landen naar de schapensector in Frankrijk, Ierland en Engeland.